Kerkrade

Kerkrade is gelegen in het zuid-oostelijk gedeelte van Limburg en strekt zich uit van Eygelshoven tot Bleijerheide en van de Locht tot aan Rolduc. De rechtgeaarde Kerkradenaar heeft als rasechte Limburger de plaatselijke tradities hoog in het vaandel staan. Hij koestert bovendien zijn eigen taal, die sinds 1987 voortreffelijk ontsloten is met de verschijning van de Kirchröadsjer Dieksiejoneer.

Algemeen

Kerkrade heeft op 1 januari 1990 een oppervlakte van 22,35 vierkante kilometer (=2240 hectare), verdeeld over een aantal stadsdelen. Het aantal inwoners bedraagt op 1 januari 1988 52.984. Beroepsmatig zijn de kerkradenaren voornamelijk werkzaam in de handel, de gevarieerde industrie en het toerisme. Tot 1065 behoort Kerkrade bij de Heren van Saffenburg, daarna respectievelijk bij Limburg, Brabant, Oostenrijk, Spanje, en sinds 1815 (de eerste keer) en 1839 (de tweede keer) bij Nederland. Een overzicht van jaartallen staat op de pagina Heerschappij. Het centrum van Kerkrade ligt op 50.52.13,32 Noorderbreedte en 6.05.23,91 Oosterlengte.

De eerste steenkoolwinning dateert van 1113, hetgeen behoort bij de activiteiten van de monniken van abdij Kloosterrade. Die daarvoor speciale wegen laten aanleggen, beter bekend als steenwegen (bijv. de Kerkradersteenweg). De oorsprong van Kerkrade ligt echter nog veel verder terug. De eerste keer dat Kerkrade in geschriften genoemd wordt, is in 1065. Sinds die tijd heeft Kerkrade onder de Heerschappij gestaan van veel verschillende mogendheden.

Aan een aantal personen is de Gouden Erepenning uitgereikt als blijk van waardering voor hun inzet voor Kerkrade.